![]()
Eind jaren zeventig was er de opkomst van veel binnensporten, verrezen in veel plaatsen sporthallen. Toen in diezelfde periode de NCRV zaalvoetbalwedstrijden op tv ging uitzenden, werd hier de basis gelegd voor de tweede tak van het voetbal.
Het zaalvoetbal had een aantrekkelijke kant. Het kwam hier meer aan op techniek; het kon de hele week worden gespeeld en niet alleen op zondag. Ook de goochelaars onder de voetballers konden hun hart ophalen. Niet het geren op een veld van 100 bij 60 meter waarbij je af en toe eens aan de bal kwam. Voor sommigen kwam nog daarbij dat je niet met regen en wind hoefde te spelen en de koude en natte voeten in de sneeuw tot het verleden behoorde.
In die ambiance nam het zaalvoetbal een grote vlucht.
Er werden zaalvoetbalclubs opgericht of er kwam een afdeling zaalvoetbal bij de veldverenigingen.
Ook bij de LVV was een aantal spelers dat in de zaal wilde voetballen. Het bestuur honoreerde het verzoek en besloot om ook in competitieverband in de zaal te gaan voetballen.
Ook dames gingen deel uit maken van het sportende gedeelte van de club.
De Friese Voetbal Bond organiseerde een zaalcompetitie en het seizoen 1978/79 ging Friesland voor het eerst meedoen met twee teams.
Langzamerhand groeide het aantal teams - met heren, dames en veteranen - tot een volledige afdeling. Er werd een zaalvoetbalcommissie ingesteld, met Marcel Stuurhaan en Sybrand Beek als grote initiators.
Het zaalvoetbal overvleugelde de veldtak qua aantal teams.
